Bevolkingsreconstructie Klerken 1686 (deel 1)

Het Terrier der Prochie van Clercken wordt opgesteld met de “Agreaetie ende Consente daertoe verleend door de Edele Heeren vande Collegie vanden Lande vanden Vrijen” van 31 mei 1680.  Het werd slechts in 1686 afgewerkt, want te veel onregelmatigheden hadden de werkzaamheden verstoord. In 1681 was er het zoveelste annus horribilis waarin meer dan 5% van de bevolking overleed, in het bijzonder een tiental pachters met elk 10 tot 25 ha land in beheer. Ook was er voortdurende oorlogsrumoer. In 1686 werd het Terrier en de bijbehorende Ommeloper alsnog afgewerkt. Voldoende om een poging tot bevolkingsreconstructie uit te voeren geldig voor 1680-1686.

In het Terrier der Prochie van Clecken uit 1686 staan enkele personen vernoemd die zich specifiek met het Landboek bezighielden of ervoor opdracht gaven, en het werk uiteindelijk goedkeurden. Op 8 maart 1680 wordt het project gestart onder Jaecques Costenobel hoofdman[1], Joos Van Hee oude hoofdman, Jan Osten, oude hoofdman, Jaeques Odent, pointer[2], en Lowijs Coppë, setter[3]. De opmetingen zelf begonnen op 6 november 1680, maar werden wegens oorlogstroebelen pas voleind in 1686 onder Franchois De Pestel, hoofdman, Jaeques Costenobel, pointer, Lieven Van Hee, setter, en Melchior Blanckaert, Jan Costenobel, Jan Bode, Jaeques Pannekoucke, Michiel Van Houtte, Lieven De Meijer, Franchois Verhaeghe, en anderen.

Hiermee hebben we een zicht op de “fine fleur” van Klerken in 1680-1686. De term “en anderen” verwijst in eerste instantie naar andere lokale boeren/pachters die al dan niet eigenaar zijn. Maar het verwijst waarschijnlijk ook naar de vele landbouwersfamilies die vaders of moeders verloren in 1681-82, toen ruim 5% van de volwassenen en adolescenten van de parochie overleden. Maar met deze eerste lijst, uitgebreid met directe familie, is er al genoeg om de kern van de bevolkingsreconstructie “basis 1686” te beschrijven. In deel 1 kijken we naar de hoofdverantwoordelijken: de landmeters en de hoofdmannen.

De landmeters

Gezworen landmeters van het Land vanden Vrijen waren verantwoordelijk om het land effectief op te meten, en op basis daarvan het Terrier samen te stellen. Landmeter Pieter de Vos wordt ondersteund door zijn collega’s Seigneur Jan Rijckewaert en Niclaeys Maes. Deze landmeters zijn niet noodzakelijk van Klerken zelf, maar uiteraard wel bekend met de streek, met de eigenaars van stand, en met de boeren/pachters. Over het landmetersberoep en de gebruikte technieken en toestellen, zie ook Een onderzoek naar de vele facetten van het beroep van de Leuvense landmeter tijdens de Oostenrijkse Nederlanden (Dirk Van Nijverseel, 2001; ook de bron van de figuren hieronder)

Landmetersmateriaal

Landmeterstrommel met basismeetmaterialen, inclusief schietlood, kijker e.a. De instrumenten bleven vanaf de 17de tot de 19de eeuw grotendeels onveranderd.

Meetketting

Om afstanden en lengten te meten gebruikte de landmeter een ketting van een vast aantal roeden, onderverdeeld in roeden (1 roede = 14 voet = 3.84 m)

Winckel-kruijs

Om hoeken, hoogtemetingen en richtingen te bepalen gebruikte de landmeter een winckel-kruijs

Hoofdaannemer van het Terrier-project is dus Pieter De Vos. Hij is wellicht dezelfde als de Pieter de Vos die eigenaar is van de percelen N°119, 125 en 1022 in het Terrier, gelegen bij het “Verloren Goet“, samen ruim 3.6 ha groot. Deze percelen zijn gelegen ten noorden van de Torhoutstraat Zuid, en gaan tot aan de Stokstraat ten oosten, en iets verder ook ten zuiden van de Zuid-Torhoutstraat, net naast het huidige Jonkershove (toen deel van Woumen). In ieder geval woonde Pieter De Vos in Klerken in 1667, met zijn echtgenote Martina Vermande. In dat jaar liet hij er zijn zoon Joannes Andreas de Vos dopen. Eerder had hij ook al kinderen die gedoopt werden in Zarren (in 1661) en in Brugge (in 1664); en misschien nog meer. In 1686 worden de hoeve, de Quae Scheure, gelegen op perceel N°125, en de andere twee percelen verpacht aan Mattheus de Wulf, senior, die zelf in de Quae Scheure woont, en in totaal 6 ha pacht, inclusief een vierde perceel dat tussen de andere ligt. Mattheus de Wulf, senior, woont er met zijn echtgenote Maria Dehamer en een ongehuwde dochter Jacoba die in 1687 ongehuwd overlijdt, 22 jaar oud. Pieter De Vos woont in 1686 wellicht al in Esen, waar hij overlijdt in 1726, circa 85 jaar oud. Hij komt over die lange periode veelvuldig voor als landmeter, maar ook als prijzer bij het opstellen van Staten van Goed, en evenzeer in rechtszaken over landbouw- en andere betwistingen[4].

Collega landmeters Seigneur Jan Rijckewaert en Niclaeys Maes springen slechts bij voor extra opmetingen. Jan Ryckewaert hoort bij een geslacht van landmeters die generaties na elkaar voor het Land van den Vrijen werkten. Niclaeys Maes is moeilijker te identificeren. Mogelijk is hij een schoonzoon of aangetrouwde familie van Petrus De Vos, wonend in Esen, en gehuwd met een Petronilla De Vos, maar dit kon nog niet worden geconfirmeerd. De landmeters hebben verder geen eigendommen in Klerken. Pieter de Vos de Oude, Pieter de Vos de Jonge (zijn zoon?), Nicolaas Maes (zijn schoonzoon?), en Filip Jacobus Ryckewaert (zoon van Jan?), waren 20 jaar later, begin 18de eeuw, samen ook betrokken bij het opstellen van de Ommeloper van de parochie Woumen (Rijksarchief te Brugge – TBO 169 / 1071).

De Hoofdmannen

Jaecques Costenobel is hoofdman in 1680 en pointer in 1685. Hij is geboren omtrent 1627 en was gehuwd met Cathelyne du Mez. Ze hadden minstens twee dochters. Dochter Catheryne Costenobel is al rond 1675 gehuwd met Petrus Lavae, geboren rond 1650, afstammend uit een Waals geslacht dat rond die tijd naar Brugge was gevlucht. In 1686 woont dit gezin zelf wat verder in Klerken Centrum (perceel N°139), waar ze een hoeve met nog een acht andere percelen land pachten, alles samen ruim 11 ha land. Pieter Lavae en Catheryne Costenobel wonen er in 1686 met minstens drie van de vier kinderen van 2 tot 10 jaar oud in leven.

Oud-hoofdman Jacques Costenoble woont op de omwalde hoeve op perceel N°33 in Klerken centrum. Dit is hetzelfde perceel waar in 1841 de “Ferme Vandamme” op staat en waarop midden 19de eeuw het eerste Gasthuis werd gebouwd (toen gelegen aan de huidige Spinnerijstraat). Hij is weduwnaar, en er wonen ook geen ongehuwde kinderen; wellicht wel nog personeel. Jacques Costenoble heeft ruim 4 ha grond in eigendom, verdeeld over 5 percelen, en pacht er nog ruim 15 ha bij, verdeeld over nog 12 percelen. Verder heeft hij ook ruim 13 ha eigendom samen met de Dis van Klerken en met Jonkvrouw Anne Marie Brickx. Zijn dochter Catheryne Costenobel deelt samen met de kinderen van oom materneel Guillaume du Mez in de ruim 11 ha  (14 percelen) grond waar hun moeder Cathelyne Du Mez ook deel van had.

Jan Osten, oude hoofdman in 1680, was herhaaldelijk hoofdman in de periode 1665-1684, het jaar waarin hij overleed. Hij was er dus niet meer, bij de voleinding van het Terrier in 1686. Zijn weduwe, Joanna de Decker was intussen hertrouwd met Christiaen vanden Bussche. Deze laatste was origineel van Sint-Jan-bij-Ieper afkomstig (of was het Sint-Janskapelle?), en overleed in 1688. In 1697, als de meeste van haar intussen volwassen kinderen zijn gehuwd, trouwt de tweevoudige weduwe Joanne de Decker nog een derde keer, nu met Christiaen Joye, uit Handzame, wonend in Diksmuide, waar hij eerder getrouwd was met Christine van Elslander. We mogen ervan uit gaan dat Joanna de Decker met haar opeenvolgende echtgenoten steeds bleef wonen in dezelfde hoeve gelegen op perceel N°867, ofwel net ernaast op perceel N°897, beiden west van de Bouckhoutstraat (vandaag de hoeves gelegen op Beukhoutstraat 57 en 55). Dit gezin beheert een van de grotere boerderijbedrijven. Ze pachten 20 percelen land in de buurt van de hoeve, alles samen ruim 25 ha. Als weduwe met nog minstens vijf opgroeiende kinderen in huis, en een groot landbouwbedrijf, was hertrouwen voor Joanna de Decker de logische oplossing.

In 1686 is de derde dochter Catharina Osten, gehuwd met Jacobus de Mullie, een landbouwer uit Esen, na diens overlijden hertrouwd met Jacobus van Blare, waarmee ze nog tien kinderen krijgt in Esen. De oudste zoon Franciscus Hosten trouwt in 1693 met Maria Dutoit, en hertrouwt in 1696 met Anna Joanna Chevalier, dochter van een andere lokale landbouwer. Zijn broer Joannes Osten, de jonge, trouwt in 1697 met Maria Joanna Gyselen, ook een dochter van een lokale landbouwer. Beide broers zetten het landbouwbedrijf in Klerken verder. Hun jongere zuster Joanna Osten trouwt in 1691 met Bartholomeus du Mez, familie van voormalig hoofdman Jacques Costenobel. De twee jongste zonen Pieter Osten en Jacobus Osten trouwen buiten Klerken, de eerste in Boezinge met Jacoba Delbois; de tweede in Zarren, eerst met Anna Maria de Noir, en in 1710 een tweede keer met Maria Vermeulen. De zes afstammelingen van Joannes Osten en Joanna de Decker bouwen dus elk op zich een succesvol landbouwbedrijf uit in Klerken of in een buurgemeente.

In 1686 is Franchois De Pestel hoofdman. Het is onduidelijk waar hij vandaan komt, maar ergens rond 1678 trouwde hij met Maria Sijs de weduwe van Petrus Haetse, zoon van Habraham Haetse, die in de jaren 1650 koster was naast zijn werk in de boerderij. Maria Sijs was zelf dochter van Adriaen Chijs en Agata de Puijdt, succesvolle boeren uit Woumen. Franchois de Pestel werd herhaaldelijk hoofdman in de periode 1685-1690. In september 1685 overleed Maria Sijs en Franchois de Pestel, weduwnaar met vier stiefkinderen en twee eigen kinderen, hertrouwde al in februari 1686 met Jacoba Ghyzele.

Franchois de Pestel en Jacoba Ghyzele wonen met de kinderen uit de huwelijken van Maria Sijs op perceel N°54 of N°56, naast elkaar gelegen ten zuiden van Klerken Centrum, tusen de Stokstraat en Woumen. Wie in de tweede hoeve woonde is onduidelijk. Franchois de Pestel heeft geen land in eigendom, maar pacht wel 21 percelen land van de Dis (samen ongeveer 20 ha), en van de kinderen van Pieter Hatse, de ex-schoonvader van zijn overleden echtgenote Maria Sijs. We mogen ervan uit gaan dat ze ook nog land in Woumen in beheer hadden. Er wonen minstens 2, wellicht zelfs 6 kinderen, waarvan twee eigen kinderen van Fransois de Pestel. De oudste (stief)zoon Petrus Haetse trouwt een eerste keer in 1690 met Francisca van Acker, en in 1702 met Maria Joanna Verbeke. Beide echtgenoten stammen van landbouwersfamilies, deels verwant aan de Osten. Een jongere broer Jacobus Haetse gaat trouwen in Woumen met Maria Volmerbeke. Van de andere kinderen is (nog) geen afstamming bekend.

Tot zover aflevering 1 van deze reconstructie – binnenkort meer


[1] Hoofdman: werd jaarlijks benoemd; equivalent van een burgemeerster vandaag

[2] Pointer: aangestelde die de belasting op de eigendommen bepaalde of vaststelde, zetter van de belasting

[3] Setter: zetter, schatter, taxateur, zetter der belastingen (omslagbelasting)

[4] Pieter de Vos treedt bvb op als prijzer bij het opstellen van de Staat van Goed van Jooris de Wilde uit Zarren die in 1681 overlijdt. Pieter de Vos, 80 jaar, uit Esen, is ook een belangrijke getuige bij het onderzoek bij de rechtbank in Brugge in 1723 waar men probeert te bepalen of aardappelteelt nog nieuw is, of al een gevestigde praktijk, en dus ook onderhevig aan de tiende penning.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s