Bevolkingsreconstructie Klerken 1686 (deel 5)

In deze aflevering zullen we nog een laatste groep van 10-15 “notabelen” uit 1680-81 bespreken. In volgende afleveringen beginnen we dan aan de overige bekende boeren, pachters en eigenaars in 1686. In nog latere afleveringen hopen we af te ronden met een gedetailleerde bespreking van andere bewoners die niet pachtten,  of ook geen eigenaar waren, om zo te komen tot een totale lijst met namen van de bekende bewoners, met hun verblijfplaats, voor zover bekend.

Jaeques Soens (ook Soenen) was in 1664 gehuwd met Jacquemijne Beauprez een dochter van Petrus Beauprez, de oude, en zuster van o.a. Jan, Pieter de jonge, Mailliaert, Mary, Petronelle en Anne Beauprez. Hier komen we opnieuw in direct contact met de Beauprez familie die al enkele generaties eerder in Woumen woonde, en ruime afstamming heeft in Klerken, Woumen, Zarren en omstreken. De familie Soens-Beauprez woont op perceel N°191 op een hofstede plecke met huijsijnghe en ernaast een boomgaard en een meersselken, gelegen naast de hoeve van Melchior Blanckaert ten oosten van de Stokstraat (nu Predikboomstraat), wat noord van Klerken centrum (zie ook figuur hieronder uit aflevering 2). Ze pachtten er nog negen andere percelen in dezelfde buurt en gebruiken dus alles bijeen ruim 7 ha. De familie Soens-Beauprez heeft dus, net als vele anderen in 1686, een middelgroot landbouwbedrijf.

Jaeques Soens en Jacquemijne Beauprez hadden vijf kinderen in Klerken. De oudste, Bernardus, overleed in 1685, 21 j oud. De tweede, Jacoba, overleed kort na haar geboorte rond 1670. Van geen van de andere drie kinderen Catharina, Ludovicus en Jacoba is verdere afstamming bekend. Jacoba Beauprez had wel nog een dochter Jacoba Petronella Legrand uit een eerder huwelijk met Petrus Legrand, die zelf daarvoor gehuwd was met Catheryne Sandtvoerde.

Deze dochter, Jacoba Petronella Legrand, huwde in 1685 met Silvester Vanelverdinghe uit Merkem. Van dit paar is geen verdere afstamming bekend. In 1686 staan ze niet als pachters of eigenaars in het Terrier.

Het is onduidelijk of Jacoba Beauprez overleed vóór 1691 toen Jacobus Soens overleed en begraven werd met een dienst met zes lezingen.

Jaeques Spittebroot was in 1663 in Esen gehuwd met Elisabetha Vandewiere. In 1686 woont hij in Zarren, waar hij, volgens het Terrier, landerijen bezat palend aan perceel N°485 in Klerken. Dit perceel ligt ten noorden van de Rietbeek, en paalt vandaag ten zuiden aan de Zarrenstraat (die veel later werd aangelegd). In 1678 woonde het paar in Klerken, waar toen hun zesde kind, ook een Jacobus Spittebroot, werd gedoopt. Daarvoor hadden ze kinderen in Esen, Vladslo, en nog meer in Esen; een mobiele familie dus. In 1679-80 was hij bij de gijzelaars die later, na hun terugkeer uit Ieper werden gecompenseerd via de Parochierekening van Klerken. In 1681 overleed zijn echtgenote Elisabetha Vandewiere in Klerken, waar ze met een dienst van zes lezingen werd begraven. Blijkbaar was Jacobus Spetebroot daarna weer naar Zarren verhuisd.

Jacobus van Haverbeke, de jonge, zoon van Jacobus Vanhaverbeke en Petronilla Dumez werd geboren in 1654, in Klerken. Hij overleed ook in het rampjaar 1681, als eerste in de eerste reeks sterfgevallen. Hij stierf acht dagen vóór Elisabetha Vandewiere, tien dagen vóór een weduwe met voornaam Jacoba (familienaam nog niet vastgelegd), en zeventien dagen vóór Jacques Odent. Verder is er geen spoor van de ouders of andere directe familie in Klerken in 1686.

Vóór 1650 had Simoen van Hee minstens twee kinderen: Joos en Livinus. Joos van Hee was in 1680 oud hoofdman bij de start van het Terrier, dat pas zes jaar later werd afgerond. Joos van Hee overleed eind 1680 als weduwnaar van Maria Benoet, die al in 1670 overleed. Hij werd begraven met een dienst van zes lezingen. Het paar was in 1654 gehuwd kort na het overlijden van Pauwels de Cock, de eerste man van Maria Benoet. Ze hadden vijf kinderen geboren in Klerken tussen 1657 en 1666. Volgens de Wezerijakten (RAB 16539/24) had Maria Bennoet in 1670 drie nog levende minderjarige kinderen: Joosijncken de Cock, een dochter uit haar eerste huwelijk, en Godeleva (14 j in 1670) en Livinus van Hee (5 jaar), een zoon en dochter uit haar tweede huwelijk. Voogden werden, o.a. haar broer Lieven Benoet die in Gottem woonde, en Lieven van Hee, een broer van Joos van Hee, die hieronder aan bod komt. In 1686 waren er dus hoogstens nog drie kinderen over, of slechts enkele van hen. Enkel van dochter Godeleva van Hee is afstamming bekend.

Godeleva van Hee, Fa. Joos, was omtrent 1676 gehuwd met Mattheus (ook Mahieu) Coorenaert de jonge. Deze Mahieu Coornaert was in 1654 in klerken geboren als zoon van Mahieu Coornaert de oude, en Maria Dumeez, zijn tweede echtgenote. Mahieu Coornaert de jonge, en Godeleva van Hee kregen negen (of tien?) kinderen waarvan in 1686 het vierde (of vijfde) kind; het jongste kind volgde in 1703, allen geboren in Klerken. Mahieu Coornaert de jonge woonde in 1686 in een huis met boomgaard op perceel N°952 gelegen ten oosten van de Seughedreve. Hij had dit en vier andere percelen ernaast en richting het toenmalige Coeighens buschgat in volle eigendom, samen net geen 6 ha groot. Hij pachtte ook nog een stuk grond gelegen richting Terrest. Verschillende percelen waren deels bebost of lagen vague (onontgonnen), en werden daarom slecht deels belast.

Even wat achtergrond over beschikbare parochieregisters en akten

De doopakten van Klerken beginnen in 1653, maar in de vrij complete reeks zien we wel twee grote hiaten, met name van september 1672 tot december 1673, en van april 1681 tot en met maart 1682. Huwelijksakten (ook vanaf 1653) ontbreken compleet voor de periode 1666-1681; en begrafenisakten beginnen pas in 1675. Hierdoor ontbreken vaak nuttige data voor sleutelpersonen.

Mahieu Coornaert, de jonge (bis), bijgenaamd Mahielle, is wellicht geboren in een van de niet geregistreerde periodes. In dit geval zou hij geboren zijn rond 1681-82, als derde kind, na twee zussen Anna Maria en Joanna Coornaert. Als oudste zoon kreeg hij de voornaam van zijn vader, en grootvader. Vermoedelijk is het ook deze Mahieu Coorenaert die in 1706 een zoon kreeg bij Maria Hevejan (Nevejan?), een alleenstaande vrouw (“solutorum” = niet verbonden).

Doopakte van Petrus Jacobus, Fs. Mattheus Coornaert de jonge en de ongehuwde Maria Hevejan (Nevejan?)

Enkele jaren later, wellicht rond 1710, huwde Mahieu Coorenaert, – naar alle waarschijnlijkheid dus de zoon-, met Maria Francisca Coolman (Colemans) en het paar ging wonen in Woumen. Ook van dit huwelijk werd nog geen akte gevonden. Er werden twee dochters geboren; in 1712 en 1714. Later komt hij nog aan bod als doopgetuige en wordt er telkens vernoemd als Mahieu Coornaert uit Woumen. In 1747 vinden we Mahieu Coornaert terug in de Volkstelling in Woumen. Hij is dan weduwnaar en gebruiker van 61 gemeten land (ongeveer 27 ha, dus een van de grote boeren). Er wonen op de boerderij ook nog een paardenknecht, een hofknecht, Joannes Seys (een verre achterneef?), en een dienstmeid Jacoba Coornaert (een kleindochter?). In 1756 overleed volgens de tafels op de overlijdens een Mahuvius Cornaert in Woumen; Mahuvius lijkt de Latijnse versie van Mahielle.

Nogmaals enig voorbehoud bij deze: het lijkt weinig waarschijnlijk dat dit de vader Mahieu Coornaert is die in 1654 in Klerken werd geboren, want die zou in 1748 en 1756 resp 94 en 102 jaar oud zijn. Als dit zijn zoon is, die omtrent 1681-82 werd geboren, dan was hij bij zijn overlijden ongeveer 75 jaar oud, wat ook een respectabele leeftijd is, maar toch meer waarschijnlijk. Het is moeilijk volledig uitsluitsel te vinden; jammer genoeg zijn de meeste originele akten er niet, of niet meer.

Lieven van Hee, de jongere broer van Judocus van Hee (hierboven) was setter in 1680. Lieven van Hee was omtrent 1677 gehuwd met Clara Seys, een van de vele kinderen van Cornelius Seys en Judoca Laleman, die afstamden van twee landbouwfamilies gevestigd in Zarren sinds vóór 1600, en met ruime afstamming erna. Cornelius Seys en Judoca Laleman waren al omtrent 1655 in Klerken komen wonen. Na het overlijden van Judoca Laleman in 1665 huwde Cornelis Seys met Catharina de Man, ook afkomstig van een landbouwfamilie uit Zarren.

In het rampjaar 1681 overleed er ook een Cornelis Seys. Dit kan enkel deze Cornelis Seys de oude zijn die dan 51 jaar oud was. Zijn echtgenote Catherine de Man, was in 1684 in ieder geval weduwe volgens een doopakte van een kleinkind. In het Terrier van 1686 staat toch nog een Cornelis Seys, maar dat moet zijn zoon zijn die intussen gehuwd was (zie verder). De weduwe Catherine de Man was in mei 1686 opnieuw gehuwd met Joannes Bogaert. Uit haar tweede huwelijk werden geen kinderen geboren; Catherine de Man was toen tenslotte al 44 j. Ze overlijdt in 1695 en wordt begraven met een dienst van zes lezingen. En zo kan ook Joannes Bogaert nogmaals huwen in 1697, nu met Catharina Pieters; er volgden hier wel vier kinderen begin jaren 1700.

In 1686 woonden Joannes Bogaert, Catherine de Man, en 2, misschien 5 van haar kinderen, inbegrepen wellicht ook de pas gehuwde Cornelis Seys (zie verder), op perceel N°871 dat hij in volle eigendom heeft samen met perceel N°977 tegenaan Houthulst Bos. Perceel N°977 verpacht hij dan aan zijn broer Pieter Bogaert. Perceel N°871 met zijn hofstede ligt ten zuiden van de toenmalige Zuid-Torhoutstraat (vandaag Torhoutstraat 16). Ernaast liggen een boomgaard en een wal. Verder pacht Jan Bogaert nog 12 stukken land, meers en bos hoofdzakelijk richting Houthulst Bos, maar ook enkele percelen ten noorden van de Torhoutstraat; alles samen ruim 20 ha, grotendeels landbouwland, deels meers en bos.

Kinderen van Cornelius Seys en (1) Judoca Laleman, en (2) Catherine de Man.

Van de oudste dochter Judoca Seys, geboren in 1655 is geen afstamming bekend. Haar zuster Clara Seys werd bij aanvang van dit deel al vermeld met haar huwelijk met Livinus van Hee. In 1686 overleed Clara Seys. Er waren toen twee minderjarige kinderen in leven; de oudste overleed blijkbaar kort na de geboorte. Mahieu Coornaert, die ook eerder in dit deel aan bod kwam, werd voogd van de kinderen Paschasius van Hee en Goddeliva van Hee; hij was zwager van vader Lieven van Hee.

Met net geen 32 ha land in pacht is Lieven van Hee de tweede grootste boer van Klerken in 1686. Hij pacht in totaal 25 percelen, maar heeft zelf niks in eigendom. Hij woont met zijn gezin op perceel N°803 wat ten oosten ligt van de Bouckoutstraete, en ten zuiden en westen van het Musselstraetjen, dat voor een deel over zijn land loopt. Dit ligt dus waar later het Hoogkwartier komt, en nog later, de noordzijde van Houthulst dorp zoals het vandaag is. Dit is vandaag te identificeren met Mosselstraat 6. Let wel: dit stuk van de Mosselstraat is na 1774 naar het zuiden verlegd. Op perceel N°803 staat een hofstede met boomgaard, met een dreef ernaartoe op perceel N°802. De meeste stukken land die hij pacht liggen in die buurt of meer ten zuiden tot tegen het toenmalige Houthulst Bos.

Cornelis Seys, de jonge, was het derde kind van Cornelis Seys en Judoca Laleman. Cornelis Cheys de jonge was eind 1685 gehuwd met Maria Contant, een dochter van Guido Contant en Jacoba Syx. Het paar krijgt in 1687 een zoontje, nog een Cornelius Seys, maar die overlijdt waarschijnlijk jong, samen met of kort na zijn moeder die anderhalve maand na de geboorte overlijdt. Cornelis Seys, de jonge, huwt dus opnieuw in 1688, nu met Jacoba de Meyere, dochter van Niciloaus de Meyere en Jacoba Rodts. Er volgen zes kinderen, waarvan enkel de oudste dochter, Jacoba Seys, verdere afstamming heeft.

In 1686 woont Cornelis Seys met Maria Contant mogelijks op perceel N°491, maar hij zou ook nog op de ouderlijke hofstede kunnen wonen (perceel N°871; zie hoger). In het Terrier wordt immers expliciet vermeld dat Joos Hostijn in de hofstede woont die op perceel N°491 staat, en pacht Cornelis Seys dus enkel de grond en de ernaast liggende percelen. Hij pacht in totaal 12 ha land en meers verdeeld over 17 percelen, allen gelegen NO van Ter Smisse, tegen de parochiegrens met Esen en Zarren. Joos Hostijn/Hosten komt later aan bod.

Jacobus Seys is het vierde kind van Cornelius Seys  en  Judoca Laleman. Hij huwde pas laat, in 1701 in Esen, met Maria Anna de Wilde, die enkele maanden na de geboorte van het zesde kind overleed in 1710. Jacobus Seys huwde daarop met Rosalia Deroy, ook wel Leroy, en er volgden nog vijf kinderen; allemaal in Esen.

Uit het huwelijk met Catherine de Man waren er twee kinderen met verdere afstamming. Judoca Seys, geboren in 1671, huwde al in 1690 met Petrus Kindt uit Esen. Na enkele jaren en de geboorte van een kind in Klerken, verhuisden ze naar Esen. Ze kregen zes kinderen in totaal. Haar broer Maximiliaen Seys, geboren in 1674, huwde in 1699 met Petronella Lalou(p), een dochter van Petrus Lalou en Josijncken Sombaere die uit Zarren naar Klerken waren verhuisd. Er werden zes kinderen geboren in Klerken. Na het overlijden van Petronella Laloup in 1721 huwde Maximiliaen Seys met Petronella Therese de Rycke. Er volgde nog een zoon, enkele maanden vóór het overlijden van Maximiliaen Seys in 1724. Van geen van deze kinderen is afstamming bekend.

Michiel van Houtte huwde omtrent 1658 met Adriana Coppez, een dochter van Jan Coppé en zuster van Lowys Coppez setter in 1680 die in een eerdere aflevering aan bod kwam. Michiel van Houtte overleed in 1685 en in 1686 vinden we zijn weduwe Adriana Coppez wonend in een hofstede met boomgaard op perceel N°630 gelegen ten noorden van de Torhoutstraat met een dreef naar de straat (vandaag is dit Torhoutstraat 13 met nog steeds dezelfde dreef naar de Torhoutstraat). Ze was zelf eigenares van perceel N°81 nabij Klerken centrum dat verpacht werd aan haar oudste zoon Pieter van Houtte, maar pachtte ook nog 19 andere percelen, meest gelegen nabij de hofstede, alles samen ongeveer 17 ha. Er waren ook nog enkele percelen eigendom van de overleden Michiel van Houtte nog niet verdeeld bij het opstellen van het Terrier in 1686. Deze werden ook verpacht aan de oudste zoon.

Kinderen van Michiel van Houtte en Adriana Coppez

Deze oudste zoon, Pieter van Houtte was begin 1685 gehuwd met Maria Vanhove dochter van Jacques Vanhove en Petronilla Six, diens eerste echtgenote (niet te verwarren met diens naamgenoot en neef Jacques van Hove gehuwd met Catharina Coppez, die al eerder aan bod kwamen). De familie Vanhove komt later in meer detail aan bod. Pieter van Houtte en Maria Vanhove kregen vijf kinderen tussen 1688 en 1701, allen zonder bekende afstamming. Zelf overleden ze binnen dezelfde week in februari 1702. Maar in 1686 woonden ze op perceel N°297 in een hofstede met boomgaard gelegen oost van de Stokstraat en ten zuiden van Klerken centrum, eigendom van hun recent overleden vader. In totaal pachtten ze zeven percelen, samen ruim 12 ha landbouwgrond.

Hun broer, Angelus van Houtte was in 1662 in het doopregister verkeerdelijk ingeschreven als meisje: Angela van Houtte. Dat werd in het register nooit rechtgezet, maar midden 1686 huwde hij als Angelus van Houtte met Anna van Hove, een zuster van Maria van Hove hierboven. Het paar woonde wellicht op de hofstede van zijn moeder, op perceel N°630 ten noorden van de Torhoutstraat. Er was tenslotte een kostwinner landbouwer ter plaatse nodig. Het paar kreeg twee kinderen, maar toen overleed Anna Vanhove in 1696. Ze werd begraven met een dienst van zes lezingen. Angelus van Houtte huwde kort erop met Anna Vanhaverbeke, en het paar kreeg vier kinderen. Alleen de oudste dochter uit dit tweede huwelijk heeft bekende afstamming.

Hun zuster, Adriana Maria Vanhoutte geboren in 1664, woonde in 1686 nog thuis. Ze huwde in 1687 met Andreas Florin. Dit paar kwam al in een eerdere aflevering aan bod.

Jan van Overbeke woont op perceel N°2, net naast de kerk in Klerken centrum. Hij woont in eigen huis op eigen grond, 44 roeden groot, d.i. 549 m². Tot zover is alles duidelijk. Behalve: wie was Jan van Overbeke? Dit kan enkel de Joannes van Overbeke zijn die op 17 maart 1669 in Woumen huwt met Anna van Isacker. Uniek wellicht is dat van hen nog op dezelfde dag als hun huwelijk een zoon wordt geboren, Joannes van Hoverbeke. Deze wordt ’s anderendaags in Klerken gedoopt, maar overlijdt wellicht jong. Hij heeft alvast geen bekende afstamming, maar staat ook niet in de begrafenisakten en is dus waarschijnlijk als kind overleden. Jan van Overbeke  huwt daarop met Maria Vandamme. Voor het overlijden van zijn eerste echtgenote Anna van Isacker is geen akte teruggevonden. Het is onduidelijk of dit tweede huwelijk reeds voor 1686 werd ingezegend, of erna.

In 1682 herstelde Jan van Overbeke als timmerman de zolder en kelder van de pastorie, waarvan Gillis Burgo ook het strodak vernieuwde. In 1686 woonde Jan van Overbeke  dus met zijn eerste (of zijn tweede?) echtgenote, en misschien nog zijn oudste zoon in het huis zuid van de “suijdtgracht van het kerckhof”, en west van de toenmalige Noort-Torhoutstraete bij de kerk van Klerken (later werd dit de Vrijdagstraat; vandaag is dit perceel Dorpstraat 20-22A). Na 1710 is er verdere afstamming van Overbeke – Contant.

In 1710 huwde Joannes van Overbeke een derde maal, nu met Francisca Contant, een dochter van Guido Contant, die eerder met Martinus de Ramoudt was gehuwd. Het paar kreeg nog twee kinderen in 1711 en 1714. Bij deze laatste doopakte staat expliciet vermeld dat de vader, Joannes van Overbeecke, al meer dan 80 jaar oud was (zie doopakte hieronder met daarin “ultra octogenarius” = meer dan tachtig jaar oud). Ook nu weer een redelijk uitzonderlijke prestatie voor Joannes van Overbeecke. De van Overbeke, van Isacker en Contant familes waren zeker nauw bij elkaar betrokken, want regelmatig doopheffer of getuige voor elkaars kinderen. Joannes van Overbeke zelf overleed in 1721.

Doopakte Anna Theresia van Overbeecke, geboren op 7 jan 1714

Franchois Verhaeghe was eind jaren 1660 gehuwd met Christina Kyndt; het is onduidelijk waar ze huwden, maar een eerste kind zou in Staden geboren zijn omtrent 1670. Christina Kyndt is een dochter van Robertus Kyndt en Maria Bogaert. Enkele van haar broers en zussen kwamen al aan bod; er volgen er nog meerdere.

In 1672 wonen Franchois Verhaeghe en Christina Kyndt in Klerken waar er tot 1681 nog vier kinderen geboren worden. In 1686 woont het hele gezin op de hofstede “ghenaempt het Quaedt Gadt”, met huis, stallingen en boomgaard gelegen op perceel N°696 ten oosten van de toenmalige Clerckstraete (vandaag is dit Slijpstraat 54). Niet alleen deze hofstede is hun eigendom, maar verder nog 14 andere percelen, samen ruim 9 ha groot; verder pachten ze ook nog 8 andere percelen, wat het totale land in beheer op ruim 15 ha brengt. Een deel van dit land en meers ligt bij de hofstede, maar meerdere stukken zijn bos richting Klerken, en ook bij het latere Hoogkwartier. Hij heeft ook de hofstede in bezit op perceel N°527, gelegen bij de toenmalige Noort-Torhoutstraete, dicht bij Ter Smisse, waar Antheunis Ghyselen woonde (nu is dit Molenweg 1). Maar deze kwam al eerder aan bod.

Alleen van de oudste dochter Maria Catharina Verhaghe is een huwelijk bekend. Ze huwde in 1689 met Egidius Borgo, zoon van Egidius Borgo en Catharina Behaghel; ondertrouw werd ook aangekondigd in Staden, maar het huwelijk zelf werd in Klerken gecelebreerd. Er is geen verdere afstamming bekend van dit paar, en evenmin van de vier andere kinderen Verhaghe. De familie Burgo/Borgo wordt later in meer detail besproken.

Frans Verhaghe zelf overlijdt in Klerken in 1691, en wordt met een dienst van zes lezingen begraven. Zijn weduwe Christina Kyndt, huwt in 1692 in Langemark met Matthias Bailliu, na een ondertrouw in Klerken waar haar zoon Franciscus Verhaghe getuige is. Matthias Bailliu was  een weduwnaar en landbouwer uit Langemark. Hij was eerder gehuwd met Paulina Cardinael (in 1661) en/of Catharina Behaghel (in 1668). Het paar gaat dus waarschijnlijk in Langemark wonen. We zien hier nog een voorbeeld van nauw verwante familienamen, allen met grotere landeigendom en behorend tot de grotere landbouwfamilies in de streek.

Petrus Vermeulen was een zoon van Jan Vermeulen, de oude, en vóór 1653 geboren in Klerken. Rond 1670 is Petrus Vermeulen gehuwd met Cornelia Beauvois uit Esen, een dochter van Anthone Beauvois en Jaecquemijncken Vandecasteele. Het paar krijgt in Klerken vier kinderen tussen 1674 en 1680. Cornelia Beauvois overlijdt in het rampjaar 1681, een tiental dagen vóór haar zuster Antonia Beauvois, en haar schoonzuster Michaela Leroy, weduwe van Joannes Beauvois. Het is onduidelijk, maar wel waarschijnlijk dat ze in dezelfde buurt woonden.

In 1683 huwt Petrus Vermeulen opnieuw, nu met Mary Beauprez, een dochter van Jan Beauprez en Mary Kindt (nog een Beauprez en nog een Kindt, inderdaad), en kleindochter van de al eerder aangehaalde Petrus Beauprez de oude, stamvader van de Beauprez uit Klerken en omgeving. Uit dit tweede huwelijk volgen vóór 1690, het jaar waarin Mary Beauprez overlijdt, nog drie kinderen. Petrus Vermeulen overlijdt vijf dagen na zijn echtgenote.

In 1686 wonen Petrus Vermeulen en Mary Beauprez op perceel N°764 in het latere Hoogkwartier, vandaag Houthulst centrum, op land van Seigneur Gheeraert van Baeuckhaute, van wie hij nog drie andere percelen pacht, alles samen ongeveer 7.5 ha groot. Hij is dus ook een middelgrote boer. De hofstede op perceel N°764 lag toen oost van de Bouckhoutstraete, en zuid van het Musselstraetien (vandaag is dat bij Boekhoutstraat 38-40). Van geen van de kinderen uit de twee huwelijken van Petrus Vermeulen is afstamming bekend. In 1691 waren er reeds zeker twee van de zeven overleden. De overige kinderen werden dus begin 1690 van de ene op de andere dag volle wees, wat in die moeilijke periode met nieuwe oorlogstroebelen geen prettig vooruitzicht was.

Met Jan Verslijpe komen we in contact met een andere grote familienaam die in Klerken succesvol wordt verdergezet. Joannes Verslype de jonge, werd in 1660 geboren als oudste zoon van Georgius Verslype en Anna Carre, en kleinzoon van Joannes Verslype, Fs. Joorys Verslype, en Cristina Smagghe. In 1684 huwt Joannes Verslype de jonge, met Catharina Dumeez, dochter van Martinus Dumeez en Isabella Dumulier, en kleindochter van Guille Dumeez. Uit dit huwelijk worden vijf kinderen geboren vóór 1697, het jaar waarin Catharina Dumeez overlijdt. Joannes Verslype de jonge, huwt opnieuw in 1700 met Joanna Coornaert, een dochter van de eerder besproken Mattheus Coornaert en Godeliva Vanhee. In de volgende 19 jaar volgen 10 kinderen.

Het is niet bekend waar dit gezin woonde. Een broer en een neef komen later aan bod. Zij woonden net ten noorden van het Bos van Houthulst, in de buurt van wat later Pierkenshoek werd. In 1686 hadden Jan Verslype en Catharine Dumeez één dochtertje. Van slechts twee van de 15 kinderen is afstamming bekend.

Kinderen van Jan Verslype en Catharine Dumeez

Ignatius Verslype, geboren in 1704 huwde in 1734 met Joanna Clara Vandewynckel, die eerder gehuwd was met Joannes Baptista van Dorpe. Hij huwde opnieuw in 1756 met Maria Joanna (de) Speghel, maar toen hoorde hij al bij de klasse bezemmakers en boskanters die uit het Bos van Houthulst, of althans uit de halve-mijlszonde ten noorden ervan zou worden verdreven. Hij overleed in 1763.

Pas in 1746 huwde zijn jongere broer Petrus Jacobus Verslype, geboren in 1716, met Petronilla Theresia Vermeersch. Na haar overlijden in 1768, huwde hij een tweede maal, in 1769, met Maria Joanna Tanghe uit Hooglede. Deze overleed in 1775, en in 1784 huwde Petrus Jacobus Verslype nog een derde keer, met zijn leeftijdsgenote Maria Francisca Beauprez die eerder met Josephus Franciscus Debruyne was gehuwd. Petrus Jacobus Verslype overleed in juni 1794: 80 jaar, U. Maria Beauprez; “… et sub vesperam ejusdem die occasione furoris bellici sepultem est in cemeterio”, m.a.w. vermoedelijk op een avond overleden als gevolg van het oorlogsgeweld, bij de inval van de Fransen. Hij was bij de eersten van bijna 100 extra overlijdens die volgden na de Franse inval in het Oostenrijkse België, met de Slag van Hooglede in de buurt. Maar dit is een heel ander verhaal.

Met deze familie komen we dus al een stuk dichter in de buurt van wat vanaf 1670, en zeker na 1690 de boskantergemeenschap met bezemmakers zou worden. Hier komen ook voor het eerst de drie leidende families van 1815 samen in enkele huwelijken, met name de Debruyne, Beauprez en Verslype. Maar de dominante familienamen Debruyne, Beauprez en Verslype en nog wat zijn in 1686 nog helemaal niet dominant in de bevolking, sommige zelfs compleet afwezig. 1686 is enkel de start van deze omslag die 130 jaar later, bij de Volkstelling van januari 1815 leidt tot een bevolkingssamenstelling gedomineerd door deze en een vijftal andere familienamen, dan nog vooral geconcentreerd in het Hoogkwartier (het latere Houthulst centrum) en Terrest. Maar dat verhaal komt dus later aan bod.

Vooraleer we naar de families kijken die reeds in 1686 van de armendis leefden of aan de basis lagen van de latere boskantergemeenschap, hebben we nu nog ruim 70 woningen, dus 70 families te bespreken, die niet tot de hiervoor besproken “notabele” families behoorden. We zijn dus nog niet in de helft van de circa 140 huizen en hofsteden die in het Terrier van Clercken 1686 beschreven staan. Even de tussenstand: we identificeerden tot zover 109 volwassenen, en minstens 103 kinderen, misschien 212 kinderen; dus alles bijeen ongeveer 250 inwoners, waarschijnlijk een klein derde van de toenmalige bevolking,


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s